Taalontwikkeling tussen 1 en 2 jaar
Een kind leert meestal natuurlijk en vanzelf praten. Sommige kinderen praten al vroeg, bij andere kinderen kost het wat meer tijd en moeite. Leren praten is net als leren lopen: het ene kind leert het sneller dan het andere en het gaat met vallen en opstaan.
Taal bij kinderen tussen 1 en 2 jaar
Als je kind tussen 1 en 2 jaar oud is, gaat het de wereld om zich heen ontdekken. Je kind zal jouw aandacht vragen door je mee te trekken, aan te wijzen en te zeggen ‘die’ of ‘is dat?'. Het gaat begrijpen dat alles een naam heeft en de wereld van je kind wordt steeds groter.
Praten met 1 woord
Je kind gaat de 1e woordjes zeggen maar kan nog niet alles goed uitspreken. Na het 1e woordje, volgen er steeds meer woorden. Het is de fase van uitingen in 1 woord. Je kind praat met losse woorden, maar probeert daarmee hele zinnen uit te drukken. Wanneer je kind 'eet' zegt, kan dit bijvoorbeeld betekenen: 'ik eet een appel', 'ik heb honger' of 'een appel kun je opeten'. Als je kind 'aai' zegt kan het bedoelen: 'dit is lekker zacht' of 'ik wil de hond aaien'.
De 1e woordjes die je kind zegt, zijn woordjes die het dagelijks hoort. Ook is de uitspraak van deze woordjes vaak makkelijk, zoals 'mama' of 'papa'. Bij woorden die moeilijker uit te spreken zijn, zal je kind letters weglaten of veranderen. Bijvoorbeeld 'schoen' wordt 'oen', of 'Jeroen' wordt 'Oene'.
Zinnetjes van 2 of 3 woorden
Rondom de 2e verjaardag zal je kind langzaam van uitingen in 1 woord, naar korte zinnetjes van 2 of 3 woorden gaan. Er mogen dan nog uitspraakfouten voorkomen in deze korte zinnetjes.
Tips voor het stimuleren van de taalontwikkeling van 1 tot 2 jaar
Met de volgende tips kun je de taalontwikkeling van je kind stimuleren.
- Geef je kind voldoende aandacht en tijd om iets te vertellen.
- Een kind begint met praten omdat het plezier heeft in het praten met anderen. Bied je kind hiervoor de mogelijkheid.
- Geef je kind een duidelijk spreekvoorbeeld door zelf korte maar goede zinnen te maken, bijvoorbeeld: 'Ga je mee?', 'Pak je jas', 'Ik wil die'.
- Praat bij alles wat jullie doen. Vertel wat je ziet tijdens een wandeling, vertel wat je doet tijdens het aankleden van je kind of tijdens het koken.
- Praat bij wat je kind doet en ziet. Volg je kind.
- Bekijk boekjes met uw kind en praat over de plaatjes die jullie zien.
- Praat langzaam en duidelijk, rek de woorden wat uit.
- Gebruik zelf zinnen van 1 of 2 woorden.
- Herhaal je kind, zeg het geluidje of woordje na.
- Neem gebaren van je kind over, noem het woord erbij.
- Maak zelf een gebaar bij het zeggen van een woord. Dit trekt de aandacht en je kind onthoudt het woord zo beter.
- Zorg voor melodie in je stem en maak emoties wat duidelijker.
- Herhaal een woord of zin een paar keer.
- Speel met je kind en laat je kind de leiding nemen. Je kind kan het spel verzinnen.
- Probeer te zeggen wat je kind zelf zou willen zeggen.
- Praat op ooghoogte, laat je kind naar je gezicht kijken.
- Wacht tot je kind reageert. Geef ruimte voor reactie of laat een probleem soms even bestaan.
- Zegt je kind 1 woord? Maak zelf een zin van 2 woorden met dat woord. Bijvoorbeeld wanneer uw kind 'auto' zegt. Maak ervan: 'auto rijden', 'auto weg' of 'auto in'.
- Reageer blij als je kind tegen je praat.
- Maak een pauze, kijk verwachtingsvol en lok beurtgedrag uit.
- Maak een foutje of een grapje en kijk hoe je kind reageert.
- Ook als het woord van je kind nog niet lijkt op het echte woord, laat merken dat je blij bent dat je kind het woord probeert te zeggen.
- Benoem de emoties van je kind: boos, blij, verdrietig, bang.
- Begrijpt je je kind even niet? Laat het aanwijzen of raad een paar woorden.
- Herhaal dezelfde woorden en zinnen bij vaste gebeurtenissen van de dag.
- Maak een liedje van wat je wilt zeggen.
Wil je advies?
Denk je dat je kind nog niet spreekt op het niveau dat bij de leeftijd hoort? Neem dan contact op met de logopedist van Hecht GGD Hollands Midden. Deze kan je advies geven.
BoekStart in Leiden
Samen een boekje lezen – plaatjes aanwijzen en verhaaltjes vertellen – versterkt de band met je baby. En kinderen die als baby al zijn voorgelezen, zijn later beter in taal. Je kunt dus niet vroeg genoeg beginnen met voorlezen. BoekStart laat kinderen van 0 tot 4 jaar en hun ouders van boeken genieten.
Als je vragen hebt over voorlezen met je kleintje kun je terecht bij de bibliotheek. Ook kun je vragen stellen aan de BoekStartcoach via e-mail boekstartcoach@bplusc.nl.